Geschikt/ongeschikt

Toen ik een paar weken terug gevraagd werd om leiding te geven op een tienerkamp op Schiermonnikoog, wist ik niet goed wat ik ervan moest denken. Nog niet zolang geleden was ik zelf nog deelnemer op een tienerkamp en ik herinnerde mezelf eraan dat ik toen altijd had geroepen dat ik ooit zelf leiding zou geven. Ik hield van tienerkampen, de nieuwe vrienden, gitaarspelen bij het kampvuur, het nachtspel… en leidinggeven, ach… hoe moeilijk kon het zijn? In een impuls zei ik “ja” en voor ik het wist stond ik vorige week met mijn koffers, tassen, gitaar en een groep tieners op Schiermonnikoog. Een nieuw avontuur tegemoet…

Ongeschikt?

Echter, dit bleek nogal een uitdaging. Het was lastiger dan ik had gedacht, om mij aan te passen aan mijn“leidinggevende” rol. Iemand op de vingers tikken als die vervelend was, een streng en serieus gezicht opzetten, ’s avonds het licht uitdoen en om stilte roepen… Toch een heel ander verhaal dan deelnemer zijn en zelf het zootje ongeregeld uithangen.

Ik begon me langzaam af te vragen: Waarom had God dit eigenlijk op mijn pad gebracht?

De eerste dagen moest ik mijn draai zien te vinden. Ik merkte dat ik een voorbeeldfunctie had gekregen. Dat ik soms zelfs mijn eigen overtuigingen moest laten varen omdat ik een voorbeeld voor de tieners was geworden.Ik begon te twijfelen. Was het ooit wel goed geweest om deze stap te maken? Was ik eigenlijk überhaupt wel geschikt om leiding te geven? Ik was gekomen om te helpen, maar het leek bijna even alsof God de ongeschiktepersoon voor deze taak had uitgezocht…

Iets wonderbaarlijks…

Gaande de week ontspande ik meer. Er gebeurde iets wonderbaarlijks, iets wat ik niet had kunnen bedenken van te voren. De tieners om mij heen… ik leerde ze kennen. Ik leerde langzaam maar zeker dat ze verschillend waren. Voor wie ik af en toe even streng moest zijn en wie gewoon een dikke knuffel nodig had. En die tieners, ze leerden mij kennen. Als ze heimwee hadden, kwamen ze naar me toe om even uit te huilen. Ik dacht aan mijn eigen verleden en vertelde ze hoe ik zelf ook jaren met heimwee had gekampt. Als ze een probleem hadden, vroegen ze of ik voor ze wilde bidden. Ik herinnerde me dat ik nooit hield van hardop bidden, dat ik me daar nooit gemakkelijk bij had gevoeld. Toch deed ik het. Omdat ik zag dat ze het nodig hadden, dat ik ze op die manier kon helpen…

Wat heeft het mij verrast! Dat er door de tranen van een meisje heen weer een lach tevoorschijn kwam nadat ik mijn arm om haar heen had geslagen en met haar bij God was geweest. Dat een ander meisje weer kon lachen, alleen maar omdat ik een bloem voor haar geplukt had. Dat weer een andere tiener “bedankt” tegen mij zei, omdat ik een knuffel had gegeven.

Wat heeft het mij verrast, dat ik, gewoon “ik”, in één week zoveel steun en hulp kon bieden aan anderen… alleen maar door er te zijn. Door te doen wat er in mij opkwam.

Voor Hem is niets onmogelijk

Aan het einde van de week hadden we voor iedere tiener uit ons groepje een tas, waar ik samen met mijn teampartner een persoonlijke boodschap op mocht schrijven. Terwijl ik één tas al een kwartier in mijn handen had en écht niet wist wat ik erop moest zetten, begon ik zachtjes in mezelf te bidden. “God,” zei ik, “ik ben hier nu al een week. Het was mooi, het was bijzonder… maar ik heb nog steeds niet het gevoel dat ik een ‘leider’ ben.

Waarom heeft U mij hier naartoe gebracht?

Ik kan niet eens bedenken wat ik op de tas van mijn tiener moet schrijven.” Ik voelde me teleurgesteld toen ik mijn gevoel naar God had uitgesproken. Ik hoorde niets, ik zag niets, God zei helemaal niets voor mijn gevoel. Ik wist niet wat ik moest doen en daarom zei ik: “God, voor U is niets onmogelijk. Wat er in mij opkomt ga ik opschrijven en ik vertrouw erop dat dát hetgeen is wat U tegen dit meisje wilt zeggen.”

Een knipoog van God

Toen we die middag de tassen uitdeelden en ik zag hoe deze tiener haar tas verrast aan haar vriendin liet zien, was ik stomverbaasd. “Kijk”, had het meisje gezegd. “Je bent een parel in Gods hand, dat is precies hetzelfde wat mijn moeder in mijn Bijbel heeft geschreven toen ik die van haar kreeg. Dat vind ik nu écht bijzonder!” Ik voelde dat God naar mij knipoogde en besefte me dat voor Hem écht niets onmogelijk is. En dat Hij mij kracht geeft, als ik doe wat Hij op mijn pad brengt. Dat ik zegen van Hem ontvang als ik doe wat Hij van mij vraagt.

Dat Hij mij vormt tot eer van Hem… zélfs als ik denk dat ik er niet geschikt voor ben.

Liefs, Jildou

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>